intervisie

8 Stappenplan verbetermethodiek INTERVISIE

(op basis van de incidentmethode met accent op creatief vragen stellen)

0 Voorbereidingsfase -> nodig: inspiratiekaarten intervisie

Tijdens deze intervisiemethodiek wordt in de eerste vragenronde gewerkt met geel gekleurde inspiratiekaarten. Schud alle kaarten en leg ze omgekeerd op tafel. Leg ze zo neer dat iedereen bij de kaarten kan.

Eventueel kunnen de groen gekleurde inspiratiekaarten in de tweede vragenronde worden toegevoegd. Deze kaarten bevatten vragen die de inbrenger stimuleert, nog beter naar zijn/haar eigen handelen te kijken.

1 De inbrenger formuleert een probleem/vraag waar hij/zij na afloop van de bijeenkomst een antwoord/advies op wil hebben.

  1. Waarom is het een probleem//vraag?
  2. Wat zijn de feiten in chronologische volgorde?
  3. Welke acties zijn er al geweest?
  4. Welke verwachtingen heb je zelf als inbrenger t.a.v. probleem/vraag?
  5. Sluit af met een concrete adviesvraag aan de groep.

Mogelijke idee├źn voor oplossingen worden achterwege gelaten. De inbrenger ontvangt bij stap 5 een advies van de groep m.b.t. hoe te handelen om probleem/vraag op te lossen.

2 Verkenning van het probleem door de groep. De groepsleden stellen vragen aan de inbrenger. Hierbij wordt gebruik gemaakt van inspiratiekaarten.

Een groepslid pakt een kaart, leest deze en laat zich door de kaart inspireren tot een vraag. Dit kan inhouden dat letterlijk de vraag van de kaart wordt gesteld. Dit hoeft echter niet. Het zijn inspiratiekaarten, die als doel hebben om de vragensteller te inspireren, om zo te komen tot vragen die anders niet zo snel gesteld worden. Na het antwoord van de inbrenger, pakt het volgende groepslid een kaart etc..

Let op: een gepakte kaart mag niet worden geruild. Men stelt de vraag, ook al is deze al eens gesteld en/of heeft de vragensteller moeite met de vraag.

Er vindt geen discussie plaats over de vraag, dan wel het antwoord van de inbrenger.

3 Ieder groepslid formuleert individueel (en in stilte) een antwoord op de vraag van de probleeminbrenger. Wat is de kern van het probleem, wat is zijn/haar advies aan de inbrenger. Zo mogelijk worden suggesties gedaan t.a.v. de te ondernemen stappen en eventuele oplossingen.
4 Ieder groepslid vertelt in max 1 min. wat volgens hem/haar het probleem is en geeft een advies. Bespreek de individuele adviezen gezamenlijk.
5 Als ieder groepslid aan het woord is geweest selecteert de inbrenger de voor hem aantrekkelijke adviezen of onderdelen daarvan (in de vorm van leermomenten of acties). Over deze selectie vindt discussie en/of dialoog plaats. Dit ten behoeven van de uitwerking van de gekozen opties.
6 De inbrenger schrijft/tekent zijn/haar advies voor zichzelf op.
7 De inbrenger geeft kort aan wat hij/zij zichzelf voorneemt en wat zijn/haar vervolgstappen zijn.
8 Evaluatie van de intervisie. De groep evalueert de bijeenkomst en elk groepslid geeft individueel aan wat de intervisie hem persoonlijk heeft opgeleverd. Met andere woorden: welke individuele leerpunten heeft ieder groepslid uit de intervisiebijeenkomst gehaald?